Het is een zin die ik vaak hoor van ouders. En elke keer blijf ik er even bij stilstaan. Wat bedoelen we eigenlijk wanneer we zeggen dat we willen dat een kind gelukkig is? Wanneer is een kind gelukkig?
Vaak lijkt “gelukkig zijn” te betekenen dat er geen pijn is. Geen teleurstelling, geen afwijzing, geen onzekerheid.
Alsof geluk vooral de afwezigheid is van alles wat moeilijk voelt. Maar het leven van een kind bestaat daar niet juist ook uit? Van dingen die niet lukken, van zich even alleen voelen, van zoeken, proberen en opnieuw beginnen.
Als ouder kun je het gevoel hebben dat je verantwoordelijk bent voor hoe dat verloopt. Dat het jouw taak is om het zo soepel mogelijk te maken. Om te voorkomen dat je kind zich slecht voelt, maar wat als jouw rol niet is om het pad glad te strijken, maar om ernaast te lopen?
Maar wat als jouw rol niet is om het pad glad te strijken, maar om ernaast te lopen?
Aanwezig te zijn, zonder alles over te nemen.
Ruimte te laten, zonder los te laten.
De wens dat je kind gelukkig is, raakt vaak ook iets van jezelf.
Misschien iets wat je gemist hebt, of iets waarvan je hoopt dat jouw kind het nooit hoeft te voelen. Dat is heel menselijk.
Tegelijk kan daar een verschuiving ontstaan, waarin je niet alleen afstemt op je kind, maar ook stuurt vanuit je eigen verlangen om het anders of beter te doen dan je zelf hebt ervaren.
Kinderen zijn verschillend. De één keert meer naar binnen en heeft behoefte aan rust en verwerking, de ander zoekt juist beweging en expressie. De één wil woorden, de ander nabijheid. Geen van beide is meer of minder goed, en geen van beide zegt op zichzelf iets over “gelukkig zijn”.
Wellicht ligt de vraag daarom niet zozeer in of een kind gelukkig is, maar in hoe het leert omgaan met alles wat het voelt. Met plezier én met ongemak. Met vertrouwen dat het daarin gedragen wordt, maar het niet alleen hoeft te vermijden.
En misschien is dat ook precies het punt waarop je als ouder soms kunt merken dat je het niet alleen hoeft te doen.
Misschien is dat wel het punt waarop het ingewikkeld wordt. Omdat je merkt dat wat je voelt, wat je denkt en wat je doet niet altijd meer helemaal op elkaar aansluit.
Dat je het goede wilt voor je kind, maar soms niet precies weet wat dat dan is.
Juist daar kan het helpend zijn om even samen te kijken. Niet omdat je het niet goed doet, maar omdat je het serieus neemt.
